MWA Perfo. Cinemeta

MWA Perfo. Cinemeta

Vanuit de historie zijn er bij het gebruik van film en later video verschillende beeldsnelheden (framerate of fps) ontstaan. Het omzetten van de ene snelheid in een andere luistert nauw en kan nogal wat beeldfouten opleveren die uiteraard niet gewenst zijn. Laten we beginnen met de historie waarom de verschillende beeldsnelheden zijn ontstaan.

 

Het begint met film

Film/video is eigenlijk een serie opeenvolgende stilstaande beelden. Het menselijk oog kan boven 10 a 12 beelden per seconden de individuele beelden niet meer herkennen en zal het registreren als bewegend beeld en niet als opeenvolgende stilstaande plaatjes. In het begin tijdperk van film werden de camera’s nog met de hand bedient en hadden films een framerate tussen de 14 en 26 frames per seconde, dat is genoeg voor de perceptie van beweging maar de beweging was schokkerig en niet altijd even snel. Pas toen camera’s mechanisch aangedreven werden werd een constante snelheid verkregen, maar deze snelheid varieerde ook nog tussen de 18 en 23 fps.

 

Synchroon geluid bij film

De revolutie begon pas met de introductie van synchroon geluid bij film. Aan het eind van de jaren 20 werd het mogelijk om geluid synchroon met film af te spelen met een fonograaf. De eerste film met synchroon geluid was “The Jazz Singer” uit 1927. Later werd synchroon geluid gerealiseerd door een optische track op de film te printen. Omdat film een duur medium is werd geprobeerd om een zo efficiënt mogelijke snelheid te bepalen. 24 beelden per seconde bleek de minimale snelheid om een acceptabele geluidskwaliteit te krijgen.

 

De geboorte van 25 en 30 fpsPAL-NTSC. Cinemeta

Met de komst van televisie veranderde er veel. Televisies werden tot het begin van de 21e eeuw gemaakt van Kathode straalbuizen (beeldbuizen). Door de limieten aan de vacuüm technologie moest het beeld ververst worden met de frequentie van het lichtnet. In Amerika werd daar NTSC voor ontwikkeld (60i) en in Europa PAL (50i). Beide standaarden gebruiken interlacing, wat de indruk geeft dat de framerate verdubbeld, waardoor beweging soepeler lijkt en knipperen vermindert. De televisie laat in geval van Pal 50 halve beelden per seconde zien. De traagheid van het menselijk oog interpreteert dat als 25 hele beelden, feitelijk zijn het 25 beelden per seconde. Voor NTSC is dat dus 30. Nadeel aan beide standaarden is dat ze anders zijn dan de oorspronkelijke film standaard, en er dus conversie moet plaatsvinden om van het ene naar het andere medium te gaan.

 

Van Film → TV en andersom in Europa

Bij het ontwikkelen van Digitale Cinema (DCP) is er in eerste instantie voor gekozen om vast te houden aan de 24 fps standaard. Om zo een eenvoudige omzetting van celluloid naar digitaal mogelijk te maken. Deze standaard is dan ook aanwezig in alle DCP afspeel apparatuur. Vanwege deze compatibiliteit dienen bijvoorbeeld bioscoop reclames nog altijd te worden aangeleverd in 24 beelden per seconde. In het huidige computer tijdperk kan dat een fluitje van een cent zijn. Maar helaas kan het ook makkelijk verkeerd gaan.

 

Check het omgezette beeld en de lengte

Als we van 25 → 24 beelden per seconden willen zijn er 3 methodes die worden toegepast. De voorkeur ligt bij de methode waarbij het 25 beelden materiaal op 24 beelden per seconde laten spelen, hierdoor loopt het beeld iets langzamer en wordt de lengte van de commercial langer. Hierbij zal het geluid ook aangepast moeten worden in snelheid en toonhoogte om synchroon te blijven. De tweede methode gooit iedere 25 frames, een frame weg om op 24 frames per seconde uit te komen. De lengte van de commercial blijft nu gelijk aan de 25 beelden versie en het geluid zou synchroon moeten blijven, echter de oplettende kijker ziet elke seconde een springer (tikje) in het beeld vanwege het ene frame wat wordt verwijderd. Deze methode wordt liever niet toegepast. De derde methode is het editten van het 25 beelden materiaal in een 24 beelden project, en zo met behulp van montage er zoveel frames uit te halen dat de lengte tussen de 24 en 25 beelden versie hetzelfde is, hierbij worden creatieve besluiten genomen in de montage en is feitelijk alleen te doen door de maker van de film, en niet door het post productie bedrijf.

Zie je door de spreekwoordelijke bomen het bos niet meer, dan kunnen we je bij Cinemeta uiteraard helpen met het omzetten van jouw commercials naar bioscoop standaarden.
Neem daarvoor en voor meer contact met ons op.